Waarom schreef je over Soekhia?
Tijdens mijn onderzoek naar de migratiegeschiedenis van Brits-Indische contractarbeiders viel mij op dat er veel werd geschreven over migranten in het algemeen en vooral over de mannen. In de literatuur was bovendien veel herhaling. Maar de vrouwen kwamen amper aan bod. Juist dat maakte mij nieuwsgierig: wie waren deze vrouwen? Waarom migreerden zij? Wat wonnen zij met hun migratie en welke prijs betaalden zij? Al deze vrouwen hadden een naam, een verleden, angst, moed, verlangens en overlevingsmoed.
In 2023 publiceerde ik De arbeidsmigratie van Brits-Indische vrouwen na afschaffing van de slavernij, een wetenschappelijke studie op basis van literatuuronderzoek en interviews. Zo’n studie was niet voor iedereen even toegankelijk. Met Dochters van Bhojpur wilde ik deze migratiegeschiedenis, nu vanuit het perspectief van de vrouwen, bereikbaar maken voor een breder publiek. Daarom verwerkte ik de wetenschappelijke kennis in de vorm van een roman.
De hoofdpersoon in de roman is Soekhia. In de vierdelige serie volgen we haar leven vanaf haar geboorte tot haar dood. Soekhia is geen historische persoon uit één dossier; zij is een romanpersonage. Tegelijk draagt zij ervaringen die voor veel vrouwen in die tijd denkbaar en herkenbaar waren. Via haar levensreis, de vrouwen en mannen die zij gedurende haar leven ontmoet, via haar contractarbeidsperiode en haar leven erna wil ik zichtbaar maken wat het leven, de migratie en de levenslange overlevingsstrijd innerlijk voor vrouwen konden betekenen.
Hoeveel van het verhaal is gebaseerd op archiefonderzoek?
De historische bedding van het boek was gebaseerd op onderzoek naar de contractarbeid vanuit Brits-Indië naar Suriname: de werving, de depots, de verhouding tussen mannen en vrouwen, de overtocht vanuit Calcutta, de omstandigheden aan boord en de aankomst in Suriname. Ook de reis van het schip de Mersey en de wereld van de emigratie zijn zorgvuldig onderzocht.
De personages en dialogen zijn fictief, maar zij bewegen zich binnen een historisch onderbouwde werkelijkheid. De ervaringen die de vrouwen in het boek meemaken, zijn in hoofdlijnen gebaseerd op werkelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen: hun strijd om te overleven, hun seksuele kwetsbaarheid, maar ook hun assertiviteit en de toenemende ruimte om zelf beslissingen te nemen. Sommige vrouwen wilden die eenmaal verworven beslissingsruimte niet meer uit handen geven.
Tegelijk laat het verhaal zien welke prijs velen voor die ruimte, voor vertrek en voor overleving hebben betaald. Daarnaast haalde ik ook informatie uit interviewmateriaal waarin mensen vertelden over hun voormoeders.
De dialogen, persoonlijke gedachten en emoties in de roman zijn fictief toegevoegd. Ik wil daarmee niet suggereren dat ik precies weet wat één individuele vrouw dacht of zei, maar wel voelbaar maken wat deze geschiedenis voor vrouwen kon hebben betekend.
Wat betekent het ‘zwarte water’ voor de vrouwen in je boek?
De betekenis van kala pani heeft veel lagen. Het zwarte water, de kala pani, was het ondoorzichtige water dat de vrouwen naar het onbekende voerde. Maar het was ook het water waaraan onderweg overledenen werden toevertrouwd. Het stond ook voor de oceaan tussen hun vertrouwde wereld en een toekomst waarvan zij de betekenis niet konden overzien.
Welke scène raakte jou zelf het meest?
De scène waarin Kamli overlijdt, raakt mij het meest. Voor het groepje vrouwen was dat een keerpunt. Kamli’s dood maakte pijnlijk zichtbaar hoe uitzichtloos het leven op straat was. De vrouwen zagen dat blijven hen niets zou brengen, maar dat vertrekken evenmin een eenvoudige oplossing was. Het was een moment waarop de kwetsbaarheid van hun bestaan heel scherp naar voren kwam. Daarin werd voelbaar in welke omstandigheden deze groep vrouwen in India moest overleven en hoeveel moed het vroeg om andere keuzes te maken.
Wat hoop je dat lezers meenemen?
Ik hoop dat lezers hun voorouders niet alleen zien als migranten, contractarbeiders of namen in een archief, maar als mensen van vlees en bloed: (over)grootvaders én (over)grootmoeders met gevoelens, dromen, angsten en verlangens. Mensen die onvoorstelbare levens hebben geleid en een enorme overlevingskracht hadden. Ik hoop dat zij de flarden aan familieverhalen die zij hebben meegekregen in de bredere context kunnen plaatsen waarin de migratie en contractarbeid hebben plaatsgevonden.
In het bijzonder hoop ik dat de vrouwen uit deze geschiedenis zichtbaar worden als volwaardige mensen met een eigen stem en een rijke binnenwereld, niet uitsluitend als vrouwen die met contractarbeid naar Suriname kwamen.
Ik hoop ook dat het boek uitnodigt tot gesprek: binnen families, tussen generaties en in de bredere samenleving. De geschiedenis van de Hindostaanse contractarbeid, onze voorvaders en onze voormoeders horen niet alleen in archieven thuis. Zij leven voort in families, namen, stiltes en verhalen en verdienen het om met aandacht te worden herinnerd. Hun verhalen verdienen het om te worden doorverteld aan de volgende generaties.