
Verbonden Verleden is een videopodcast die mondelinge geschiedenis verzamelt: persoonlijke verhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven over het Nederlandse koloniale en slavernijverleden. Anita Nanhoe was te gast als spreker en vertelde over de vrouwen die vanuit Brits-Indië als contractarbeider naar Suriname vertrokken.
Wie waren deze vrouwen?
Tussen 1873 en 1916 vertrokken 34.304 contractarbeiders naar Suriname: 24.527 mannen en 9.777 vrouwen. Twee derde van de vrouwen reisde alleen. Onder hen waren vrijwillige migranten, maar ook ontvoerde vrouwen en meisjes. Een derde reisde met een echtgenoot, soms via een huwelijk dat pas op het depot werd gesloten.
Volgens de archieven had 24 procent landbouwervaring. De anderen werkten als huisvrouw, huisbediende, kledingwasser, kindermeid, vroedvrouw, bakster, veehoedster, rijstsnijdster, zangeres, danseres, barbier, visvrouw, naaister, pottenbakster of mandenmaakster.
‘Vrouwen van de slechtste soort’
De plantage-eigenaren in Suriname wilden ‘moreel gevormde’ vrouwen, maar juist die vrouwen waren gebonden aan families die geen toestemming gaven voor migratie. Over de vrouwen die wel vertrokken, schreven de autoriteiten in 1884: ‘… vrouwen van de slechtste soort, het schuim van Calcutta, Benares en andere grote steden, die voor niets geschikt zijn.’
Strijd om zelfbeschikking
In Suriname kwamen de vrouwen op tegen seksuele uitbuiting en tegen gevangenschap in relaties. Zij protesteerden in groepen, traden assertief op, wisselden van partner of trokken bij een andere man in. De consequenties waren zwaar: gevangenschap, boetes, onbetaalde arbeid, bedreiging en geweld. In de archieven zijn 42 gerapporteerde overlijdens en 8 overlevers terug te vinden.
Wat we ervan kunnen leren
Dit waren sterke vrouwen, survivors. Hun verzet bestond vooral uit solistische acties; de weinige groepsacties werden met geweld de kop ingedrukt. Steun van buiten hun eigen onderdrukte groep was er nauwelijks.